|
|
![]() |
Relatief grote (35mm tot ruim 60mm) en divers gekleurde gifkikker, waarbij gele, oranje, witte en blauwe kleuren dominant zijn. De mannetjes zijn veelal kleiner dan de vrouwtjes en hebben duidelijk verbreedde hartvormige hechtschijfjes aan de vingers. De vrouwtjes zijn doorgaans wat steviger gebouwd en hebben geen verbreedde hechtschijfjes aan de vingers. |
![]() |
De ervaringen in het terrarium met deze soort zijn dat men ze niet te warm moet houden: kamertemperatuur is uitstekend. 's nachts mag het gerust tot 15°C afkoelen. Lang aanhoudende hoge temperaturen van boven 28°C verdragen ze slecht. Niet te verwarren met E. tricolor die vaak extremere temperaturen ervaart in de natuur. |
![]() |
Een laag terrarium met veel schuilplaatsen, een beekloopje of poeltje, en bladafval op de bodem. Verdere inrichting kan uit wat hout en planten bestaan. De temperatuur zal tussen 22 - 25° C moeten liggen. Een klein groepje is zeer goed te houden en mee te kweken. |
![]() |
De roodoogmaki is vooral bekend door zijn grote felrode ogen en rood/oranje tenen. Hij is verder groen van kleur en afhankelijk van de geografische herkomst heeft hij in meer of mindere mate blauwe flanken met geel/witte strepen, blauw/groene poten en een witte keel en buik. De groene kleur kan veranderen afhankelijk van temperatuur en gemoedstoestand. De roodoogmaki heeft een slank lichaam en poten, met grote tenen met speciale zuignappen waar door hij zich overal aan bladeren en takken kan vasthechten. |
![]() |
De kikkers zijn 25-40mm groot met uitzondering van een Panamese hoogland variant die tot 55mm groot wordt. De meest bekende kleurvorm van deze kikker is groen met grote zwarte vlekken, maar er zijn vele kleurvarianten bekend. De metalic groene kleur maakt bij sommige varianten plaats voor blauw, blauwgroen, geel, wit, grijs of goudkleurig. De zwarte vlekken kunnen zodanig met elkaar verbonden zijn dat er zeer kleine gekleurde stippen of een aantal gekleurde banden overblijven. De zwarte vlekken kunnen bovendien chocolade bruin zijn. |